Waar de tijd blijft

WekkersDe vage kennis in de rij bij de supermarkt knikt naar mijn jongste zoon, die dan wel mijn jongste is maar toch ook weer niet meer zo heel jong. ‘Jeetje waar blijft de tijd?’
‘Tja. Hoe krijgt hij het voor elkaar hè?’ bazel ik mee. Ik heb geleerd dat dat het beste werkt. Oude, bazelende mensen moet je alle ruimte geven voor hun gebazel, ze kunnen het immers ook niet helpen dat hun hersencellen langzaam afsterven en dat hun leven voornamelijk bestaat uit geraniumstekjes, begrafenissen en gesprekjes over de tijd met vage kennissen in een supermarkt.
‘Echt. Waar blijft de tijd?’ zegt ze weer.
‘Tja. Hoe krijgt hij het voor elkaar hè?’ antwoord ik opnieuw. Ze weet vast niet meer dat ik dat net ook al geantwoord heb.
Verschrikt kijkt ze op, als om me te peilen of ik haar in de maling neem. En dan, ik weet niet precies hoe het gebeurt, komt er ineens iets opstandigs over me heen. Godsamme zeg, als ik ooit zo word hè. Echt. Sluit me dan op, stuur me op een cursus sudoku of leer me hoe internet werkt (opnieuw).
‘Belachelijk hè?’ roep ik veel harder dan nodig is. ‘Weet u wat?’ Ik maak overdreven armgebaren. ‘Laten we de tijd aanklagen!’
Bevreemd  trekt ze haar hoofd achteruit, wat haar de aanblik geeft van een geschrokken Barnevelder kip.
‘Hij is om te beginnen nooit op tijd! En altijd te laat!’ ga ik verder. Ik ben nu echt op dreef. ‘Ik weet gewoon zeker dat hij ons erin luist. Ik bedoel, hoe vaak hebben we wel niet dat we denken: Jeetje, waar blijft de tijd? Ik zweer het, we worden genept.’
Vanuit alle hoeken van de winkel draaien hoofden zich naar ons toe. Karretjes komen piepend tot stilstand. Ik negeer het. ‘Eigenlijk is de tijd gewoon de schuld van alles.’
Ook mijn zoontje volgt me met interesse. Dat merk ik omdat hij muisstil is, dat doet hij anders nooit in de supermarkt, hoe lief ik dat ook vraag.
‘Door hem moeten we horloges dragen, die jeuken in de zomer.’
Kippie kijkt naar haar pols, waar inderdaad een jeukend horloge zit, dat zie je zo.
‘En hij laat wekkers afgaan waar we poepchagrijnig van worden.’
Ze schuift wat voor- en achteruit met haar karretje. Besluiteloos. Alsof ze ergens heen wil maar zich nog moet bedenken waar dan heen. Er is geen ontkomen aan mij. Ik denk terug aan die keer dat ze mij in een hoek dreef en me een half uur aan de praat hield met haar gezeur over te weinig kassa’s, wat ik daar van vond en dat het toch godsgeklaagd was. En dat terwijl mijn zoontje (toen nog baby) een voeding moest hebben en al die tijd lag te huilen in zijn wandelwagen. Nu zijn de zaken omgedraaid. It’s payback time. 
‘En door de tijd kunnen we nooit meer dingen zeggen als “Ik zie je omstreeks volle maan onder de dorre boom met de uil erin”.’ Ik zucht melodramatisch. ‘Dus waar de tijd blijft? Nou, eerlijk gezegd: Mij kan hij gestolen worden.’
Ik las hier wat ruimte in voor een veelzeggende stilte maar die wordt meteen ruw verstoord.
‘Mevrouw, u bent aan de beurt’, klinkt het achter me.
Ik draai om. Het is duidelijk dat de kassière van wie dit geluid komt het niet voor het eerst zegt.
‘Leg uw spulletjes maar klaar hoor.’ Ze klopt op de band.
Ik kom weer bij positieven. Gedwee schuif ik mijn karretje naar voren en begin wat boodschappen op de band te gooien. Gadverdamme, denk ik, nog geïrriteerder dan zojuist. Daar begin het al. Ik ben doof, ik lul uit mijn nek en kassières spreken me aan alsof ik seniel ben.

  3 comments for “Waar de tijd blijft

  1. Rudolf en René
    12 januari 2014 at 10:15

    ach komt tijd komt raad 🙂

  2. 12 januari 2014 at 10:49

    😀

  3. 13 januari 2014 at 12:00

    hahahahahaha

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-spam code * * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.