Schrijver in het donker

Nondeju. De zoveelste ochtend alweer dat ik nog chagrijniger opsta dan de ochtend ervoor want ik heb heel erg writer’s block en het jeukt zo.
Writer’s block heb ik niet zo vaak. Om precies te eens in de vier jaar. Ik schrijf nu acht jaar en ik heb het een keer eerder gehad, en ik was best redelijk in wiskunde vroeger, dus vandaar.

Writer’s blocks zijn de Ferrari’s onder de schrijfobstakels. Groot en aanwezig en ze trekken alle aandacht naar zich toe en je doet er zo weinig aan. Zo’n Ferrari is meestal niet van jou, dus je kunt niet instappen en hem even ergens anders parkeren. Het is zo in your face.
Ik sta ermee op en ga ermee naar bed en het levert me niets op. Ik twijfel aan mijn kwaliteiten. Komt mijn mojo nog ooit terug? Kan ik wel schrijven, kon ik überhaupt ooit wel schrijven?  – retorische vraag hoor. Ik probeer wat, laat het proeflezers lezen, zij beamen mijn writer’s block, ik geef het op. Ik aanvaard de stadia.

 

De stadia

Weemoedig lees ik oude columns. Man, toen was ik nog goed. En leuk. En zo grappig. En wat kwamen er veel reacties. Phoe hé.

Ik doe een laffe poging tot reanimeren van schrijfmojo door semi-zinnige dingen te doen zoals brainstormen met mezelf, staren uit het raam en grommen naar de steeds agressiever knipperende cursor tegen zijn felwitte achtergrond. Eindigt meestal met wanhopige kreet en een notitieboekje dat tegen een muur belandt.

Alles en iedereen lastig vallen met mijn writer’s block, want gedeelde writer’s block is halve writer’s block. En de mensen die voor me juichen, moeten ook voor me huilen, da’s wel zo eerlijk. Kan begeleid worden door muziek met larmoyante teksten of Serge Gainsbourg, of what the hell gewoon Townes van Zandt met zijn ‘Waitin’ Around To Die’.

Ieders goedbedoeld advies negeer ik vakkundig. Wat heb je aan oplossingen als je een levensgroot probleem hebt? Oplossingen kosten tijd en ik heb helegaar geen tijd want ik heb een heel dringend probleem, mensen snap dat dan toch!

Zuipen. Weggaan. Pc door raam. Wachten. En opnieuw.

 

Muze

‘Ja maar Houxie, je schrijft nu wel een heel eind over writer’s block, en dat is toch wel een soort van column geworden.’
Heel goed, hartje. Scherp opgemerkt. Maar ik moest geen column schrijven. Ik moest een heel boek schrijven, of dan toch ten minste uiterlijk eergisteren een flink pak fatsoenlijke, doordachte, geweldig geniale hoofdstukken aanleveren bij mijn redacteur. And please don’t ‘Komt wel goed schatje’ on me, want er is er nu maar eentje die dat tegen me mag zeggen en dat is mijn muze. Waar hij of zij ook is.

Post navigation

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Anti-spam code * * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.