Onze medekampeerders

CampingEen camping is een samenleving in het klein, en dan ook nog vrijwel geheel ontdaan van privacy. Als thuis je buurman zijn tanden poetst met een staalborstel, de buurvrouw dwangmatig Deelder citeert of hun kinderen driemaal daags het alfabet boeren, dan merk je dat niet. Daar heb je geen last van. Dat wordt anders zodra de muren veranderen in tentdoek en aluminium caravanwandjes. Een bloemlezing.

  • De vrouw op hakken. Neem van mij aan: wanneer je hakken draagt op een camping dan ben je voor het eerst aan het kamperen (dan is het je vergeven en word je alleen uitgelachen) óf je bent prostituee óf gek. Of alle drie.

 

  • De Waalse overburen. Ze spreken Frans maar moeten ons zo nodig laten merken dat ze óók Nederlands spreken. Terwijl wij heel hard ons best doen om hen te laten zien dat wij op onze beurt echt wel heel goed Frans kunnen. Wat resulteert in vreemd Frans/Nederlandse gesprekken waarin wij een vraag stellen in het Frans en zij antwoord geven in het Nederlands. Zoals toen hij in zijn schattige Nederlands met zwaar accent kwam vragen of wij misschien een ‘skroevendraaier’ hadden en ik antwoordde: ‘Ah oui, un tournevis! Pas de problème’. En hij weer ‘Dankjewel’ probeerde te zeggen en ik antwoordde met ‘De rien’. Toen hij wegliep nam hij nog revanche met een vrolijk ‘Tot ziens’. Stelletje uitslovers.

 

  • Het oudere echtpaar dat altijd hand in hand over de camping schuifelt, hij ’s avonds met een mijnwerkerslamp op zijn voorhoofd. Geen moment wijken ze van elkaars zijde, zelfs het toiletbezoek is een synchroonactiviteit. ’s Ochtends tijdens het ontbijt hebben ze elkaar altijd veel te vertellen. Ik vraag me af waar dat dan over gaat.

 

  • De man met Gilles de la Tourette (wat me weer met mijn neus op de feiten drukt dat ik toch echt hoop dat mijn kinderen dit nooit krijgen). Het is er eentje met de klassieke symptomen: Midden in een zin schreeuwt hij er opeens scheldwoorden tussendoor om vervolgens doodnormaal zijn zin te vervolgen. Hij is getrouwd en heeft kinderen in de puberleeftijd. Die doen allemaal alsof het de hartstikke gewoon is, maar geef toe: zoiets went toch nooit? ‘Geef me even die, GEILE, GEILE handdoek aan.’ ‘Zullen we vanavond KUT! KUT! KUT! bij de Mc KUT! Donald’s eten?’ Wat me ook verbaast (maar waar ik tegelijk veel respect voor heb) is dat hij een vrouw wist te vinden die met hem wilde samenwonen, seks hebben en kinderen krijgen. Ze lijkt op het oog doodnormaal, zo’n Libelle Zomerweek typje. Hoe ging dat eigenlijk toen die twee trouwden? ‘Verklaart u xxx aan te nemen tot uw wettige echtgenote en belooft u getrouw alle plichten te zullen vervullen, die door de wet aan de huwelijkse staat worden verbonden? Wat is daarop uw antwoord?’ ‘Ja, ik wil die GEILE, GEILE SNOL!’ Zoiets?

 

  • Stel met omgedraaide man/vrouw-verdeling. Heel interessant om te zien. Zij doet al het zware werk, compleet met opgerolde mouwen, zoals de voortent opzetten en water halen terwijl hij ondertussen met de benen over elkaar geslagen in een klapstoeltje door een tijdschrift bladert. Op een gegeven moment ging ik twijfelen of hij niet gewoon een latente homo is en zij lesbisch. Geeft helemaal niks, maar misschien dachten ze daar zelf anders over. Dat ze al jaren goede vrienden waren, allebei single, en dat ze toen samen een soort pactje sloten. Dat zij op een dag riep: we zeggen het lekker tegen niemand en we gaan gewoon samenwonen. Dan hebben we nooit seks en jij doet alle wijvendingen en je mag zelfs mijn jurkjes en hoge hakken aan (die heb ik toch niet nodig), als ik maar lekker de man mag uithangen en boerend en schetend met een zapper op de bank naar kogelstoten mag kijken.

 

  • Man die op fiets naar washok gaat (afstand: honderd meter) en daar zelfs zijn fiets op slot zet. En dan echt zo’n Hollandse, dikke fiets. Zo eentje waar je nog niet eens een kleine hobbel mee kunt bestijgen, laat staan een doorsnee Franse heuvel.

 

  • De iets te bruine, iets te blonde bonk van een vent die net iets te vaak naar me kijkt. Ik heb in het washok een keer glimlachend opgekeken van mijn teiltje (heus, op vakantie kan ik op z’n tijd best genieten van een stevig robbertje vuile vaat), recht in zijn gezicht. Geheel per ongeluk dus, maar daar denkt hij blijkbaar anders over. Waar ik hem nu ook tegenkom, overal kan ik rekenen op een zwoele blik. Nu ben ik de vriendelijkheid zelve en boos kijken gaat me nu eenmaal moeilijk af, maar toch probeer ik telkens een neutrale ‘Het was een foutje ik was alleen aardig, niet geïnteresseerd’-grimas terug te seinen. Het mag niet baten. Zijn witte tanden grijnzen me overal schalks toe. Behalve als hij met vrouw en kinderen over de camping loopt. Dan werpt hij eerst een blik op haar (‘Ziet ze het?’) en vervolgens een voorzichtige onderonsjesgrimas naar mij.

 

  • De alleengaande vrouw (‘alleenstaand’ schijn je niet meer te mogen zeggen). Na één dag kenden we haar hele hebben en houwen, haar complete levensverhaal van wieg tot rollator. En nee, dat was er niet eentje van rozenschijn en manengeur. Ze lag in scheiding met ‘me man’ en die wilde niet dat zij de kinderen nog zag en voordat we het wisten stond ze erbij te snotteren en stonden wij – die alleen waren gevraagd of we haar konden helpen met een telefoonprobleempje – als volleerde horken erbij. ‘Ja gut, wat vervelend allemaal.’ En dat meende ik ook echt. Zoiets is natuurlijk diep triest. Maar mijn medeleven leek haar slechts aan te sporen om nog meer ellende bij me te dumpen. ‘En toen zei me man, nou ja, me ex dus…’ en snotterdesnotterdesnotter. Ik vond het echt heel lang sneu. Maar op een bepaald moment was ik er klaar mee. Ik bedoel, ik was op vakantie. Op vakántie. Ik ging haar dus zoveel mogelijk ontwijken. De krant die we van haar hadden gekregen tot boven mijn gezicht optrekken als ze voorbij kwam, dat soort dingen. Mijn man had haar al veel eerder afgeschreven als: ‘Gek. Compleet gek’. En daarmee was zijn kous af. Mannen zijn af en toe zo heerlijk rationeel. Maar ze bleef komen. En ze praatte zo hard. Toen ze op een dag begon over de voogdij van haar jongens en ik vriendelijk informeerde hoe oud ze waren en zij antwoordde: ’11 en 15′, brak eindelijk ook mijn klomp. Dat mens was minstens 65! Hoe kon ze nu een kind van 11 hebben?! Toen ik dat met mijn man deelde, was zijn antwoord even kort als voorspelbaar. ‘Zei ik toch: Gek. Compleet gek.’ Je leest weleens over pathologische leugenaars of mensen die rare dingen en ziekten verzinnen om aandacht te krijgen, maar dan sta je er nooit bij stil dat ze gewoon tegenover je op een camping kunnen staan.

 

En een kleine gok wat mijn medekampeerders zoal in hun notitieblokjes schreven: “Vrouw tegenover ons die zich luidruchtig uitrekt. Niest zo hard dat kopjes van tafel rammelen. Praat in zichzelf. Bang voor dode spinnen. Denkt dat ze goed Frans kan. Verandert ’s avonds in Michelinmannetje. Sleept overal notitieboekje mee naartoe. Gek. Compleet gek.”

  16 comments for “Onze medekampeerders

  1. 23 september 2012 at 10:07

    Hahaha vooral die tweede is geniaal!

  2. 23 september 2012 at 11:01

    Dat was weer lachen, Miss Moneypenny!

  3. 23 september 2012 at 12:46

    Hahhahahhaha, LOL. Mochten mensen vragen waarom ik niet kampeer, dan stuur ik ze naar deze blog! 😛

  4. Tam
    23 september 2012 at 13:13

    Whahah mijn eerste keer op een camping( en voorlaatste keer) had ik ook hakken aan en had ik geen badslippers dus kocht ik leuke zwart groene teenslippers met een bloem erop..woohoo
    En de toiletten shizzles was niet gemaakt voor vrouwen met lange nagels, kon toilet niet doorspoelen omdat de knop in de muur zat. Was fancy maar te fancy voor lange nagels 😛
    Echt respect voor de vrouw van de DAMMM KUt KUT man!

    Hahah heftige vakantie, hahah je hebt vast ook ontzettend genoten.:)

    • Miss Moneypenny
      25 september 2012 at 21:53

      Ik kampeer al jaren Tam, dus mij foppen ze niet meer zo snel. Ik neem geen fohn meer mee, of hoge hakken. Ik weet dat ik het toch niet gebruik. En van andere dingen leer je juist dat ze wel heel handig zijn om mee te nemen. Veel toiletrollen bijvoorbeeld, en oordopjes. 😉 Maar verder zweer ik bij kamperen hoor. Maffe mensen om me heen of niet. Ik zie dat eigenlijk ook gewoon als onderdeel van mijn vakantie, een soort gratis animatieteam zeg maar.

  5. 23 september 2012 at 13:19

    Wahaha! En dáárom vind ik camperen zo leuk! Ik weet ook zeker dat ik niet de enige ben die bijnamen verzint voor de mede-campeerders;)Ouderwetse Iris blog weer, …..’stelletje uitslovers’ was al de eerste schaterlach;)

    • Miss Moneypenny
      25 september 2012 at 21:57

      Bijnamen! Inderdaad, dat doen wij ook altijd. En het zijn niet altijd van die fraaie. 😉 Je moet ook wel want de meeste mensen ken je natuurlijk niet bij naam. Mijn zusje en ik waren er vroeger meesters in. Als ik al die namen opgeschreven had, kon ik er een column mee vullen.

  6. 23 september 2012 at 14:04

    Ik stem op de fiets.

    • Miss Moneypenny
      25 september 2012 at 21:57

      Ik zal het hem doorgeven, mocht ik hem nog ooit zien.

  7. 23 september 2012 at 14:48

    Hahaaaaa…ik lig dubbel!

  8. 23 september 2012 at 16:15

    Whaha hardop gelachen. Fijn dat je in elk geval een vriendje hebt overgehouden aan je vakantie. En dan ook nog een soort Dries Roelvink, geluksvogel dat je bent!

    • Miss Moneypenny
      25 september 2012 at 21:58

      Hoe wist je dat hij op Dries Roelvink leek? 😉

  9. Di
    24 september 2012 at 11:15

    Geweldig! Ik heb in een deuk gelegen van het lachen, tranen over mijn wangen….

  10. 1 oktober 2012 at 21:11

    Haha!

  11. Des
    2 oktober 2012 at 14:18

    Iris, ik mis je stukjes. Je nieuwbrief komt mij net iets te weinig voorbij in m’n mailbox

    • Miss Moneypenny
      6 oktober 2012 at 23:06

      Lief! Nou ja, je weet: ik probeer een roman te schrijven, dus het is voor een goed doel. 😉 Toch probeer ik nog wel met enige regelmaat een column te plaatsen hier. Voor morgenvroeg staat er in elk geval weer een nieuwe klaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-spam code * * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.