De vloek van Pik-Pik

struisvogel2Als er zoiets bestond als een disclaimer voor kinderen, zou ik er veel geld voor over hebben. Gewoon, een simpel stickertje dat je ergens op je kind kunt plakken: “Mijn ouders zijn op geen enkele wijze aansprakelijk voor welke geleden schade dan ook voortvloeiend uit de door mij geuite meningen” of iets van die strekking. Want mijn jongste kraamt zoveel onzin uit dat ik vaak niet weet waar ik kijken moet.

Struisvogeltje
Zoals laatst, toen ik hem kwam ophalen bij het kinderdagverblijf.
Als ik binnenkom zie ik Jules al vrolijk rondrennen met een vriendje. Ze doen een struisvogel na, zo licht de juf toe. Ach wat schattig, denk ik vertederd. Totdat ze serieus vervolgt: ‘Daarnet riep hij tegen Cas dat hij moest oppassen omdat hij een heel harde pik heeft.’
Ik begin te lachen, maar mijn lach bevriest als ik me realiseer wat de juf zegt. Een pik. Aha.

Achteraf gelul
Sinds de eerste keer dat Jules bij de kinderboerderij in aanraking kwam met een struisvogel, noemt hij ze ‘pik-piks’ omdat ze in zijn hand wilden pikken. Wij adopteerden het liefdevol: ‘Zullen we vanmiddag naar de geitjes en de pik-piks gaan?’, dat soort dingen. Noem me naïef, maar ik had niet het idee dat een toevallige passant daar iets raars van zou vinden. Nou ja, nu ik erover nadenk kregen we weleens een vreemde blik als ik riep: ‘Kijk daar, die grote pik-pik! Geef hem maar te eten’. Maar goed. Dat is achteraf gelul.

Nerveus
Een snavel noemt hij dus blijkbaar ook een pik. Wist ik nog niet. En eerlijk gezegd had ik ook liever dat ik dat thuis had ontdekt, en niet hier, in deze plotseling toch wel heel benauwde crèche.
‘Haha!’ (Ik begin altijd te lachen als ik nerveus ben. Heel irritant.) ‘Ja, wij noemen een struisvogel een pik-pik.’ Ik zeg het alsof ik uitleg wat een ovenhandschoen is.
Afwachtend kijkt de juf terug, ze snapt het nog niet. Ik begin weer irritant te lachen. Het liefst zou ik mezelf een klap in mijn gezicht geven, maar dan denkt ze vast helemaal dat ik niet spoor. ‘En een harde pik zal dan wel een scherpe snavel zijn of zo,’ mompel ik er achteraan.

Harde pik
‘Sorry?’ zegt ze streng.
Ik schraap mijn keel. ‘Een harde pik zal wel een scherpe snavel zijn.’
Alle ouders die om ons heen staan, kijken nu op.
Ik haal mijn schouders op.
‘Ha. Ha. Ha.’ Doet de juf. Als in: Ja, ja, dame. Als jij dadelijk weg bent ga ik als de wiedeweerga de kinderbescherming bellen.

Seniel
Jules heeft zijn struisvogelpraktijken met Cas inmiddels gestaakt en komt nu als een vliegtuig op me afgerend. ‘Mamaaa! Was jij er al lang? Ik was met Cas aan het spelen dat we struisvogels waren.’
Schichtig kijk ik de juf aan. Dan kijk ik naar Jules. ‘Struisvogels? Je bedoelt zeker pik-piks?’ Echt, veel senieler moet het niet worden.
De juf en alle ouders die zich om ons heen hebben verzameld, bekijken me nu alsof ze me het liefst gedwangbuisd en gemuilkorfd zouden afvoeren.
‘Pik-pik, weet je wel?’ probeer ik nog eens. Wat is het trouwens heet hier. Wie heeft die verwarming verdomme zo hoog gezet?
‘Nee-hee, mama.’ Jules rolt met zijn ogen. ‘Dat heet een struis-vo-gel!’

Timing
Oké. Goede timing, Jules. Echt perfect om net nu het juiste woord te gaan gebruiken. Zeker van Cas geleerd zojuist. En kijk, daar komt Cas’ moeder ook net aan, om het drama compleet te maken.
‘Hoi Casje! Fijn gespeeld?’ zegt ze terwijl ze op haar knieën zakt.
Cas knikt. ‘Ik heb met Jules gespeeld. We deden pik-pik en ik moest de hele tijd wegrennen want hij had een harde pik!’
Alleen door stevig op mijn onderlip te bijten kan ik mijn gezicht in de plooi houden. Pik-Pik is besmettelijk. Of zoiets als een vloek die je kunt doorgeven: De vloek van Pik-Pik. Jules is er vanaf en nu heeft Cas hem. Arme Cas. Arme mama van Cas.

  7 comments for “De vloek van Pik-Pik

  1. 15 december 2013 at 10:57

    Whahaaaaaaaaa…..

  2. Wendy
    15 december 2013 at 12:09

    Woehahahaahahahaha I love it

  3. 15 december 2013 at 12:46

    Haaaahahahahaha!!!

  4. 15 december 2013 at 13:49

    Graag gelezen. Doet me denken aan mijn zoon (inmiddels 22) toen ik hem indertijd ophaalde van de kleuterspeelzaal. We wonen achteraf dus toen het regende ging ik met de auto. Achterin de auto, gordel om en naar huis. Ik hoorde , ‘kut’, ‘kut’, ‘kut’! Toen begon ik over wat we ’s middags gingen doen. Daarna kwam het heel benepen van de achterbank: ‘wat was dat woord ook alweer mam?”Welk woord schatje?’. Toen huilen en …’nou weet ik het niet meer !!’. Ik kon gelukkig mijn lach inhouden. LOL Kinderen …heerlijk toch ?

    • 19 december 2013 at 10:06

      Aaaaaah, wat schattig! (en ook heel grappig inderdaad). 🙂 Echt heerlijk. Hij moet dat nog vaak horen, zeker? 🙂

  5. Des
    18 december 2013 at 10:45

    IK.KAN.NIET.MEER

    (en ook: is dit wat ik kan verwachten?)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-spam code * * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.