Achterbuurman

Vieillard thumbHet was zaterdagochtend zeven uur en we werden wakker van sirenes. Nu wonen we in een grote stad dus sirenegeluiden nemen wij een paar keer per dag tot ons, maar deze kwamen wel heel dichtbij. En nog een. En nog een. Onze oudste zoon kwam de slaapkamer op rennen: ‘Ze zijn gestopt bij het huis van de achterbuurman!’

Groene peer
Achterbuurman, 94 jaar, woonde nog op zichzelf. Sinds het Paasincident zat hij in een rolstoel, maar nog steeds: thuis. Daarvoor deed hij het zelfs helemaal zonder hulp. Kookte elke avond in de nieuwe keuken die hij op zijn 91e had laten plaatsen en at het op aan de flitsende tuinset die hij nog kocht op zijn 90e. Ja, die ouwe hing nog aan het leven als een groen peertje aan een boom.
Kwam je ooit bij hem, dan had hij verhalen. Uiteraard over de oorlog, maar ook over zijn vrouw die in 2006 was overleden. Kinderen hadden ze niet. Jaartallen, namen en gebeurtenissen, hij diepte ze op met een viefheid als was hij 25. Alleen dat lichaam, dat deed niet meer mee. Sinds het Paasincident had hij een verzorgster, een potige pot met een pitbull. Twee keer per week kwam ze poetsen en zorgen. Ze woonde in de wijk en ze fietste dagelijks langs dus we hoefden ons geen zorgen over hem te maken, zo zei ze altijd.

Gordijnen
Achterbuurmans gordijnen gingen altijd rond half acht open. Dat wisten we, want als wij rond die tijd de onze opzij schoven waren die van hem al open of was hij er net mee bezig (soms wuifden we even naar elkaar maar meestal was het eenrichtingverkeer, dan zwaaide alleen ik).
Hij keek tv, veel tv. Vanalles, maar in elk geval DWDD. Ik ben geen geraniumspion – ik heb wel wat beters te doen – maar als ik ’s avonds de kinderen naar bed deed zag ik hem altijd zitten in zijn fauteuil voor de tv. Sigaartje erbij. Rook kringelde om zijn hoofd.
Na DWDD deed hij een tukje op de mosgroene velours bank (ik zou zeggen: had die eruit gegooid en de hel met die tuinset, maar ja, de stijlkeuzes van oude mensen zijn vaak ondoorgrondelijk) om na een uurtje weer tot leven te komen, terug in zijn fauteuil te kruipen, nog een sigaartje op te steken en tv te kijken tot een uur of elf. Dat was ook het moment dat de gordijnen weer dicht gingen.

Politie
Tot het Paasweekend van 2014. Mijn man viel het als eerste op: de gordijnen van Achterbuurman waren nog dicht. En het was al middag. De volgende dag waren ze nog steeds dicht, en dat terwijl zijn auto – Ja, die reed hij nog, met de steeds talrijker wordende deuken als getuige – gewoon op de oprit stond.
Mijn man belde toch maar even aan. Geen reactie. Hij riep door de brievenbus. Nog steeds geen reactie. We belden de politie. Die kwam en ramde zonder pardon de voordeur in. Ook zij troffen Achterbuurman niet aan. Na wat onderzoek bleek dat hij was gevallen, zijn heup had gebroken en naar het ziekenhuis was gebracht. Daar lag hij sindsdien en daarom waren de gordijnen al die tijd gesloten.

Bloemen
Er was een nieuwe voordeur teruggeplaatst door een professioneel bedrijf, mooier nog dan voorheen, zo zag ik toen ik samen met mijn oudste een ‘Welkom thuis en sorry voor je deur’-bloemetje ging brengen. Hij praatte veel, als vanouds, maar hij zei telkens hetzelfde, stelde keer op keer dezelfde vraag. Mijn zoon viel het ook op. (‘Als hij nog één keer vraagt wiens kind ik ben, ga ik gillen.’) Hij was vermagerd, broos maar niet gebroken. ‘Ik hoop dat ik hier toch nog een poosje op mezelf kan blijven wonen,’ zei hij ook wel vier keer.
Mijn bloemen moest ik zelf in een vaas doen en op zijn eettafel zetten. Vanuit ons slaapkamerraam zag ik ze daar de week erna langzaam verwelken, totdat ze werden weggegooid door zijn verzorgster. Of misschien had ze ze aan haar pitbull gevoerd.

Nieuws
Dat was het Paasincident van 2014. Dit keer leek het menens. Een brandweerwagen, een politieauto en twee ambulances stonden voor zijn huis. Even later stopte er ook nog een huisarts. We zagen ze met hem bezig in de aanbouw, die gebruikte hij na het Paasincident als slaapkamer omdat hij de trap niet meer op kon. Gelukkig renden de hulpverleners nog allemaal, wat ons een goed teken leek. Als je dood bent, rent er niemand meer voor je.
Maar later die middag stond er een man aan onze deur, de zoon van vrienden van Achterbuurman, zo stelde hij zich voor. Of wij die mensen uit de buurt waren die zich af en toe nog om hem bekommerden. Dat klopte. En die het vorig jaar zijn deur hadden laten intrappen. Dat klopte ook. In dat geval had hij slecht nieuws.

Ander level
Toen de man vertrok was de stemming bedrukt. Ons jongste zoontje huilde tranen met tuiten. Achterbuurman was zo lief en hij had zo graag nog met hem willen trouwen als wij later dood waren, en meer van dat soort ongeleid kinderverdriet. De oudste had er al snel vrede mee. Achterbuurman ging nu vast naar een ander level want zo was dat ook bij MineCraft.
Sindsdien zijn de gordijnen altijd dicht. En er kwam een rouwkaart. Een eenvoudige, met een typefout en zijn dode vrouw als enige nabestaande. We bekeken hem met zijn allen.
“Goh,” merkte ik op. “Hij heette Piet.”

  4 comments for “Achterbuurman

  1. 28 juni 2015 at 12:39

    Wat een mooie en pure column 🙂 word er een beetje emotioneel van;) Fijn dat buurman Piet jullie als achterburen had.

  2. 29 juni 2015 at 01:38

    Wat een mooi, gevoelig én ook realistisch stukje! Ik ben er helemaal stil van!!

  3. Miss Moneypenny
    31 augustus 2015 at 16:22

    Dank jullie wel, Rins en A.E. ter Hoeven!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anti-spam code * * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.